fbpx
Terug

Van onderzoek naar startend bedrijf #4: Het verhaal van CART-Tech

15 augustus '18

Van onderzoek naar startend bedrijf #4:
Het verhaal van CART-Tech

 

Frebus van Slochteren, CTO en oprichter van CART-Tech, promoveerde bij het UMC Utrecht op de afdeling cardiologie. Tijdens het laatste jaar van zijn promotie schreef Frebus een subsidieaanvraag voor een nieuw bedrijf. Hij wilde de technologie die hij in zijn promotietraject had ontwikkeld naar de markt brengen. Na groen licht voor de subsidie had hij het geld, het plan en de drive om te starten. Bij UtrechtInc vond hij zijn laatste essentiële pilaar om CART-Tech tot een succes te maken: zijn huidige CEO en co-founder, Paul Leufkens. Lees en bekijk het inspirerende interview. 

 

Na 4 jaar over mijn promotie te hebben gedaan promoveerde ik bij het UMCU Utrecht op de afdeling cardiologie. CART-Tech is ontstaan in het laatste jaar van dit traject. Er kwam vanuit het project waarop ik promoveerde een oproep om een subsidieaanvraag te doen, om een bedrijf te starten met de technologie die ik in dat project had opgedaan. Er was een groot Nederlands public private partnership (BMM) waar ik een aanvraag heb gedaan en die heb ik toen gewonnen. Toen was er opeens startkapitaal, gebonden aan de voorwaarde dat er een bedrijf mee moest worden opgericht. Door die voorwaarde werd het beginnen van mijn startup in een enorme versnelling gebracht, er was daadwerkelijk een deadline vastgesteld aan het einde van het jaar. Ik zat natuurlijk in het UMC Utrecht, een Universiteitsziekenhuis. Daar zitten gelukkig mensen die zich bezighouden met valorisatie. Dus met onderzoekers die hun ideeën en technologieën graag een stap verder willen brengen. Via Lucas Beekman kwam ik terecht bij Paul Tuinenburg van het bedrijf IDfuse. Hij en zijn collega waren bezig om mensen te werven voor Science Venture van UtrechtInc. Mijn toenmalige baas vroeg of het Science Venture programma iets voor mij zou kunnen betekenen, ook omdat ik die subsidie al had gekregen. Hij vertelde me dat ik dan zou kunnen kiezen of ik zelf het bedrijf wilde starten óf wetenschapper wilde blijven. Dan zou iemand anders het bedrijfsgedeelte kunnen oppakken. Ik heb naar dit advies geluisterd en mij aangemeld voor het Science Venture programma (toen nog ScienceInc).

Ik vond het acceleratieprogramma, dat voor het eerst draaide dat jaar, al erg volwassen. We kregen workshops over patenten, pitchen, het samenstellen van een team, over klanten werven en over verdienmodellen. Die onderwerpen werden allemaal in één of twee workshops behandeld. Ik wist hierdoor direct dat dit de vragen waren die ik moest beantwoorden, dus ik kon snel aan de slag. Ik had zeker twijfels in het begin. Ik was en ben natuurlijk een wetenschapper. Ik hield mezelf bezig met nadenken over of ik misschien een Postdoc kon worden, naar het buitenland zou gaan, in welke richting ik me wilde ontwikkelen, of ik het bedrijfsleven in wilde gaan… Opeens kwam er door de subsidie de optie: het bedrijfsleven in met je eigen startup. Er kwamen natuurlijk veel vragen bij mij op. Hoeveel geld hebben we dan? En waar kan je dat aan uitgeven? Kan ik daar ook van leven? Hoe gaat dat? Ik ben bij UtrechtInc in contact gekomen met Paul Leufkens mijn huidige medeondernemer. Hij heeft mij eerst gecoacht als ervaren ondernemer. Na het Science Venture programma zijn we gaan overleggen hoe verder te gaan met het bedrijf. Paul gaf toen aan dat het hem wel leuk leek om samen verder te gaan. Dit hebben we vervolgens gedaan. Paul had de kennis die bij mij ontbrak, iemand met echte ondernemerservaring. Hij heeft mij laten inzien dat de stap naar ondernemen niet meer een hele grote was, geen totale sprong in het onbekende, dat er iemand was die had ervaren hoe het is en wat je allemaal moet doen. Dat maakte de stap voor mijzelf ook makkelijker.

 

 

Ons bedrijf heet CART-Tech. Onze technologie richt zich op medische beeldanalyse, en dan specifiek het verwerken van de beelden om ze te gebruiken tijdens medische interventies/ingrepen. Het is vaak zo dat de diagnostiek wordt gedaan vanuit een MRI-scan en vervolgens wordt de interventie gedaan los van de MRI-scan. De cardioloog moet dan tijdens de procedure weer opnieuw leren hoe de patiënt er vanbinnen ook al weer uitzag. Wij halen informatie uit de MRI-scan en projecteren dat tijdens de interventie op het beeld dat de cardioloog gebruikt. Zo kan hij of zij makkelijk sturen met de apparatuur. Ik had deze technologie, die ik tijdens mijn promotie had ontwikkeld, in de meest prille vorm. We konden aantonen dat de technologie werkte, we hadden dit namelijk getest bij varkens. Toen dacht ik eigenlijk: hier kun je wel meer mee! Ik gebruikte het toen alleen nog voor stamcelinjecties. Vanaf dat punt zijn we gaan kijken waar de technologie nog meer geschikt voor zou zijn. Bijvoorbeeld bij het plaatsen van een pacemakerdraad. Die moet in het hart geplaatst worden. Het is heel belangrijk dat deze op de plaats komt waar geen infarctweefsel aanwezig is en waar de contractie vertraagd is. Deze informatie halen wij uit de MRI-beelden zodat de cardioloog dit goed kan zien tijdens het plaatsen. Onze missie is “Bridging the gap between imaging and interventions”, dat cardiologen en artsen uit andere disciplines in de toekomst nooit meer informatie missen tijdens een implantatie of andere procedure bij een patiënt. Dat echt alle informatie over de fysiologie, anatomie  en de pathologie gefuseerd wordt om de interventie te verbeteren.

Als ondernemer loop je elke dag tegen problemen aan. Bijvoorbeeld als je product een probleem in de medische sector oplost. Dan heb je altijd te maken met het kwaliteitssysteem. Het product moet aan alle eisen voldoen die ziekenhuizen, maar ook het instituut van de gezondheidszorg via de notified bodes stellen. Dus je moet meteen beginnen met kwaliteitsmanagement. Dat was voor mij als onderzoeker een nieuwe tak van sport en daar heb ik veel in moeten leren. Nu ben ik de eindverantwoordelijke voor ons kwaliteitssysteem. Maar dat was wel een hele steile leercurve waar veel bij kwam kijken. Dan heb je nog te maken met patenten. Als je je product niet goed kan beschermen, kan iedereen het gaan maken. Dat zijn allemaal zaken waar ik als naïeve onderzoeker weleens van gehoord had, maar mij nog nooit mee bezig had gehouden. Dat heb ik wel snel moeten oppikken. Bij het competeren van de eerste patiëntstudie hebben we een champagnefles opengetrokken! We hadden 15 patiënten behandeld met onze technologie. Het duurde best lang voordat het op gang kwam omdat het een nieuwe technologie was en op allerlei manieren goedgekeurd moest zijn. Toen de studie liep hielden we een ‘champagne-moment’ en toen de studie afgelopen was nog eentje. Die laatste hebben we intern gehouden. We kijken uit naar meer grote successen en een nog grotere fles champagne, zodat we die aan de Wall of Champagne bij UtrechtInc op kunnen hangen. Een leuke manier waarop de community van UtrechtInc haar startup successen viert.

Of ik elke dag blij wakker word als ondernemer? Ik weet niet of ik daar een volmondig ja op kan zeggen. Er komt heel veel kijken bij ondernemen. Maar aan het einde van de dag ben ik blij met wat we bereiken en met mijn werk. Het werken in loondienst heeft zeker voordelen, maar ik vind dit te uitdagend om er mee te stoppen. Daarnaast verdeel ik mijn werkzaamheden tussen ondernemen en onderzoeken. Dit doe ik ongeveer 50/50. Als ondernemer heb je vooral volharding nodig, niet stoppen na tegenslagen. Het is een kwestie van doorzetten en geloven in je product. Ondernemen is doorzetten en het ook een beetje luchtig blijven zien. Geniet ervan als je naar huis fietst als je toch een stapje verder bent gekomen.

Ben je benieuwd wat Utrechtinc voor jou kan betekenen?
Kom dan naar de Open Sessie: Ondernemen in een Incubator.
Klik hier voor meer informatie over het Science Venture programma.